Tentoonstellings recensie geschreven voor Tubelight #134; Under the Rug. Over de tentoonstelling De geschiedenis is mijn gezelschap door Daniëlle Lemaire in museum W in Weert.
De geschiedenis is mijn gezelschap, Daniëlle Lemaire
De tentoonstelling loopt tot 20 september 2026.
Lot Groenendijk
De geschiedenis staart terug met de indringende blik van tot slaaf gemaakten die tijdens de koloniale periode in Indonesië werden gefotografeerd. Zij nemen een geforceerde pose en ellendige blik aan in de tekeningen van Daniëlle Lemaire. Waar de koloniale foto's de vrouwen isoleren van hun culturele context, worden zij in de tekeningen juist omgeven door krokodillen, sporen van varens, sirihbladeren en patronen die aan batik doen denken. Een zorgzaam gebaar: de zaaltekst vertelt dat Lemaire deze vrouwen als zusjes ziet, die in haar tekeningen steeds opnieuw een stem en gezicht krijgen. Door het gebruik van koloniaal referentiemateriaal wordt het echter onduidelijk of we vanuit een Indonesisch of koloniaal perspectief naar de vrouwen kijken. De geschiedenis in De geschiedenis is mijn gezelschap in Museum W in Weert, Limburg, laat zich ook helemaal niet in één beeld vatten.
De feiten zijn verzameld in zaal 1, met materiaal uit voormalig Nederlands-Indië, onder andere afkomstig van de vader van de kunstenares, die in Indonesië is geboren. In zijn oude schoolboeken, foto’s en een passage uit zijn dagboek leer je hoe sterk koloniaal narratief verweven was met het dagelijks leven. In dit licht is in zaal 2 The Light and Glory of Nature te zien, een tekening in potlood, houtskool en lichtbruine verf waarin Indonesische kinderen in lesbanken te zien zijn. Zij krijgen les over Nederlandse vegetatie die in Indonesië helemaal niet voorkomt. Terwijl de Indonesische natuur hen zowel letterlijk als figuurlijk omringt, omkaderd door varens en slangetjes die uit hun ei kruipen. Het bijschrift ‘Fig.’ lijkt hier te verwijzen naar de koloniale drang om deze natuur wel te verzamelen en te classificeren, maar de kennis vervolgens niet aan Indonesische kinderen over te dragen. Zij zijn ons de rug toegekeerd in de tekening, waardoor hun vlechten en los haar te zien zijn. Voor de tekening ligt een bergje traditioneel Soedanese haarstukken op een voetstuk, juist netjes en opgestoken.
Deze tegenstelling is opvallend. Een tekening met druipend paarse verf aan de andere kant van de zaal vangt de lange schaduwen van de hertshoornvaren die ervoor is opgehangen. Afgebeeld met in houtskool getekend lang los haar is Ria Rago, de hoofdpersoon uit een koloniale missiefilm uit 1930. In de film vlucht zij naar missiezusters omdat zij een gearrangeerd huwelijk weigert, waarna zij in hun bijzijn overlijdt. De film diende als propaganda en rechtvaardiging van het werk van missionarissen in Nederlands-Indië, die in werkelijkheid onderdeel waren van een onderdrukkend koloniaal systeem. Het losse haar verwijst hier naar vrijheid tegenover een gearrangeerd huwelijk, al is deze vrijheid tegelijkertijd een vorm van propaganda. In de tekening De dood van Ria Rago ligt zij op haar sterfbed, omringd door biddende inheemse vrouwen en daarboven uittorende, gezichtsloze missiezusters. Afgebeeld als duistere figuren schuilt er ongemak in de zorg die zij bieden.
In zaal 3 hangt een gigantische kralenketting van houten bollen vanaf het plafond tot over de vloer. Erboven een geweven kleed met een zelfportret van de kunstenaar, die een krokodil over haar schouders en rug draagt. De zaaltekst voorziet hier alle krokodillen, hagedissen en draakachtige figuren uit eerdere tekeningen van een nieuwe betekenis. In Indonesische en Chinese traditie staat de draak symbool voor geluk en wijsheid, terwijl deze in westerse cultuur als angstaanjagend wordt beschouwd; een monster dat overwonnen moet worden. Er zijn dus minstens twee manieren om naar deze scène op het kleed te kijken, waarin de kunstenaar geen mond heeft, maar wel de tong van de draakachtige hagedis vast heeft. In deze zaal wordt duidelijk dat Lemaire's werk niet alleen meerduidig is, maar voortdurend interne tegenstellingen activeert. Naast motieven uit de westerse kunstgeschiedenis en koloniale propaganda tonen de tekeningen in zaal 3 zowel een plantage in het verleden en Jakarta in 2025 in de fik. Koloniale geschiedenis is er niet enkel een van het verleden; de gevolgen ervan blijven doorwerken in Indonesië vandaag.
De schade die het koloniale bewind van Nederland in Indonesië heeft veroorzaakt is niet te tellen. Toch krijgen de geleefde en geërfde gevolgen ervan hier in vorm in tekeningen, wandkleden en schilderijen. Het gezicht dat Daniëlle Lemaire schetst vertelt geen eenduidig verhaal en laat ruimte voor tegenstrijdige ervaringen. Het werk spreekt zichzelf voortdurend tegen en houdt verschillende perspectieven naast elkaar in stand, bijvoorbeeld door koloniale beelden over te tekenen met Indonesische beeldcultuur, waaronder krokodillen, planten en patronen. Tussen het koloniale Nederlandse en het Indonesische perspectief blijft een spanning bestaan die zich hier niet laat oplossen.
foto’s van de tekeningen zijn gemaakt door peter cox